Sint-Willibrorduskerk Esch
A | A | A

nieuws

Ons vaderland is in de hemel

17-03-2019

“Kunnen we niet wat langer blijven? Meester, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen”

De komende week zijn er verkiezingen. Als volwassen burgers van ons land mogen we dan onze stem laten horen. En dat is een waardevol recht en ook een verantwoordelijke taak. Het mooie daarbij is dat je als christen zulke dingen altijd ook vanuit een breder perspectief en kader kunt bekijken. Want als christenen zijn we namelijk niet alleen burgers van een aardse gemeenschap, maar tegelijkertijd zijn wij ook al burgers van een hemelse gemeenschap. Paulus sprak ons daar zojuist over in tweede lezing, waar hij zegt: Ons vaderland is in de hemel.

Letterlijk zegt Paulus daar: ons burgerschap is in de hemelen. Dat wil zeggen: wij zijn nu al leden van Gods gemeenschap, bewoners van Gods huis, burgers van Gods stad. Daar, in Gods eeuwige gemeenschap, ligt zelfs ons definitieve burgerschap en ultieme vaderland. Want ons aardse burgerschap houdt op een gegeven moment op. Maar het hemelse niet. Dat hemelse Jeruzalem, waar we naar op weg zijn, ligt echter niet alleen in de toekomst. In de toekomst ligt de voltooiing ervan, maar in het heden ligt er al de basis en het begin van. We zijn nu al kinderen van God, leden van het lichaam van Christus, van Hem die als verrezene het centrum is van het hemelse Jeruzalem; ons burgerschap is nu al in de hemel, bij Christus, in God.

Om voor ons die toegang tot het hemelse Jeruzalem vrij te maken, moest Jezus echter eerst in het aardse Jeruzalem zijn verlossingswerk voltrekken. Daarover spreekt hij met Mozes en Elia. Ze spraken over zijn heengaan – letterlijk over zijn “exodus”, zijn uittocht – die Hij in Jeruzalem ging voltrekken. Het woordje “exodus” zinspeelt op die eerste “exodus”, de uittocht onder leiding van Mozes uit het slavenhuis van Egypte. In die uittocht uit Egypte toonde God zich destijds als een Reddende en Bevrijdende God. Kennelijk zal wat er met Jezus te Jeruzalem gaat gebeuren, ook een reddende en bevrijdende betekenis hebben.
Terwijl echter bij de uittocht uit Egypte het vooral ging om een bevrijding uit kwalijke externe omstandigheden van slavernij en onderdrukking door anderen, is de uittocht die Jezus te Jeruzalem gaat voltrekken veel dieper en fundamenteler. Het betreft daar namelijk de bevrijding en redding van ons menszijn en onze persoon zelf.

Waar moest ons menszijn dan van bevrijd worden? Om daar een antwoord op te krijgen, hoeven we maar naar het nieuws op televisie, internet of in de kranten te kijken. Daar zien we en horen we telkens weer twee grote kwalen, waarmee de mensheid al sinds de val van het eerste mensenpaar worstelt, namelijk het kwaad en de dood. In iedere mensenleven, ja, in iedere menselijke persoon zelf zitten niet alleen krachten die bron zijn van goedheid en leven, maar zitten ook krachten die leiden tot kwaad en dood. Ons menszijn is als het ware gevangen in een slavernij van kwaad en verdeeldheid, van vergankelijkheid en dood.

Over die fundamentele uittocht en verlossing van de mensheid uit kwaad en dood, daarover spreekt Jezus op de berg Thabor met Mozes en Elia. Om die uittocht mogelijk te maken zal Jezus te Jeruzalem eerst volledig in onze menselijke duisternis moeten binnengaan. Alle machten van het kwaad en van de dood zullen immers op de gekruisigde Jezus worden losgelaten, maar... dit alles zal blijken Hem niet te kunnen overweldigen. Jezus is immers geworteld en verankerd in het licht en de liefde van zijn hemelse Vader, die voor Hem bron van onvergankelijke goedheid en leven is. Jezus weet: het leven en de goedheid van mijn hemelse Vader zijn sterker dan alle bedreigende machten van kwaad en dood.
Maar zelfs zijn meest intieme leerlingen, zoals Petrus, Johannes en Jacobus, die met Jezus mee de berg op mogen, begrijpen dit nog maar niet of nauwelijks. Het evangelie onderstreept dat, door te vermelden dat de leerlingen aan het slapen waren, juist zoals ze ook later op de Olijfberg zullen slapen. Ze hebben enerzijds nog weinig benul van de diepe duisternis waaruit de mensheid verlost moet worden, maar anderzijds hebben ze ook nog weinig benul van het heerlijke licht van God, waartoe de mensheid verlost moet worden.
Bij de gedaanteverandering op de berg Thabor laat Jezus daarom aan zijn naaste leerlingen een glimp zien van dat heerlijke licht van God, zijn Vader, dat Hem van binnenuit bezielt. Zo geeft Hij hen, vlak voordat ze te Jeruzalem op Goede Vrijdag de zwaarte en de gruwelijkheid van het kwaad en de dood zullen meemaken, eerst een voorproef van de nog grotere kracht en schoonheid van Gods licht en leven. Als het ware een verrijzenis-ervaring, vlak voordat Jezus zijn laatste reis naar Jeruzalem zal ondernemen, om daar het leed van kwaad en dood te ondergaan. Deze ervaring van de gedaante-verandering is zo prachtig en adembenemend, dat Petrus het jammer vindt wanneer het ten einde loopt. “Kunnen we niet wat langer blijven? Meester, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen.”

Hopelijk hebben ook wij van tijd tot tijd, die moment van licht, bijvoorbeeld tijdens ons gebed of hier in de liturgie of andere momenten, waarop wij iets van Gods aanwezigheid en heerlijkheid kunnen ervaren, iets van boventijdelijke schoonheid en goedheid. Dat zijn dan dierbare momenten, die je graag zou willen vasthouden. Maar net als Jezus en zijn leerlingen, moeten we dan toch weer afdalen, vanuit zo’n topervaring, naar de alledaagse werkelijkheid, met zijn weerbarstigheden, juist om daar iets van die overwinnende kracht van Gods licht en liefde gestalte te geven.

Of – om het beeld van ons dubbele burgerschap terug te halen: de momenten dat je sterk mag beleven dat je een kind van God en een burger van de hemel bent, dank zij je verbondenheid met Christus, zijn tevens bedoeld om je sterken en toe te rusten om iets van die hemelse goedheid, schoonheid en levenskracht gestalte te geven in je alledaagse leven, in je burgerschap van deze wereld. Zo word je een medewerker van Gods Rijk in deze wereld. Zo zijn contemplatie en actie, bidden en werken, je burgerschap in de hemel en je burgerschap op aarde als het ware de twee polen waartussen je leven als christen zich beweegt. Net als Jezus op de berg Thabor laat je je tijdens je gebed jezelf verlichten door Gods liefde en Gods Woord, om vervolgens weer af te dalen naar je dagelijkse taken en bezigheden om daar iets van die hemelse liefde en schoonheid gestalte te geven en er in Jezus’ Naam de duisternissen van deze wereld mee te verlichten en te overwinnen.


“Kunnen we niet wat langer blijven? Meester, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen”